De originele Nederlandse tekst staat onder / Find the original Dutch text below

I think I should say something. There are new things. There are old coincidences. I’m no longer my own. Yet, I hide myself. If I revealed myself but no one would see, is that sad or not?

Keep looking, keep going. I’m often more serious than I’d like. I can’t describe how I feel right now. I touch secrets with the tips of my fingers. I feel it through my body but can’t hold it, I can’t hand it over. 

And I change a lot, but simultaneously stay the same. I let myself be shaped and formed. I go under every time. I’d prefer to walk outside if there’s no one else. But that’s not how it works, and maybe I should stop hiding. What’s the point of invisibility? To see yet not be seen. To know yet not exist. That doesn’t sound quite right. Maybe I should surrender. Release. Dream. Hope.

I’m walking on the edge of the abyss, but I don’t feel scared, really. Rather amazed, every day, that I am still standing and that the view is so stunningly beautiful. Actually, I feel safer than ever here on this ledge. This life is so surprising and interesting. And I’m acting strong. And I know what’s going on. And at the same time I feel small and know nothing.

How beautiful is that?

Ik denk dat ik iets moet zeggen. Er zijn nieuwe dingen. Er zijn oude toevalligheden. Ik ben niet meer van mezelf. Toch verberg ik me. Als ik me liet zien maar niemand zou kijken is dat dan jammer of niet?

Blijven zoeken, blijven doorgaan. Ik ben vaak serieuzer dan ik zou willen. Ik kan niet beschrijven hoe ik me nu voel. Ik raak geheimen aan met de toppen van mijn vingers. Ik voel het door mijn lijf maar kan het niet vasthouden, niet aangeven. 

En ik verander erg, maar blijf tegelijk hetzelfde. Ik laat me beïnvloeden. Ik ga elke keer kopje onder. Het liefst zou ik buiten lopen als er niemand anders is. Maar zo werkt dat niet en misschien moet ik stoppen me te verbergen. Wat is het nut van onzichtbaarheid? Zien en niet gezien worden. Weten maar niet zijn. Dat klinkt toch niet helemaal goed. Misschien moet ik me maar overgeven. Loslaten. Dromen. Hopen. 

Ik loop op het randje van de afgrond, maar voel me niet echt bang. Eerder stomverbaasd, elke dag weer, dat ik er nog sta en dat het uitzicht zo verbluffend mooi is. Eigenlijk voel ik me veiliger dan ooit, hier op dit richeltje. Dit leven is zo verrassend en interessant. En ik gedraag me sterk. En ik weet hoe het zit. En tegelijk voel ik me klein en weet ik niets.

Hoe mooi is dat?